Skip to Content
Terug naar het overzicht

Veel mensen gaan er vanuit dat gehandicapte kinderen vaak worden gepest en dat ze zelf niet pesten. Dit klop niet helemaal. Gehandicapte kinderen hebben inderdaad een meer dan gemiddelde kans dat ze worden gepest, maar de kans dat ze zelf gaan pesten is óók groter dan gemiddeld.

Gepest worden en pesten hebben namelijk dezelfde twee belangrijke oorzaken. Zowel kinderen die pesten als kinderen die worden gepest kampen met onvrede over de situatie waarin ze zitten of met onzekerheid over zichzelf. Gehandicapte kinderen hebben alle redenen om ontevreden te zijn over hun situatie en ook om onzeker te zijn over zichzelf.

“In de literatuur vind ik weinig over gehandicapte kinderen die pesten of worden gepest.”

Introvert en extravert gedrag

In de literatuur vind ik weinig over gehandicapte kinderen die pesten of worden gepest. In het ‘Handboek voor revalidatie’ (2015) staat wel iets wat hier eventueel betrekking op zou kunnen hebben. Ik doel op het hoofdstuk over het sociaal emotioneel functioneren van gehandicapte kinderen, dat is geschreven door professor Carlo Schuengel en andere deskundigen.

In dat hoofdstuk beschrijven zij onder meer dat gehandicapte kinderen in de basisschoolleeftijd meer dan hun niet-gehandicapte leeftijdgenoten introvert of juist extrovert gedrag gaan vertonen. Simpel gezegd raken ze in zichzelf gekeerd of krijgen ze juist praatjes, krijgen ze een extreem grote mond of gaan ze buitensporig stoer doen.

Schuengel en zijn medeauteurs wijten dat aan het feit dat gehandicapte kinderen zich in de basisschoolleeftijd pas echt bewust worden van het feit dat ze minder kunnen dan niet-gehandicapte kinderen. Het introverte of extroverte gedrag is volgens hen een uiting van jaloezie.

Ik zou de verklaring breder willen trekken. Volgens mij is dat introverte of extroverte gedrag een reactie op de onvrede en de onzekerheid van gehandicapte kinderen, en op hun onmacht om iets aan hun situatie te veranderen. Introvert gedrag maakt gehandicapte kinderen een gemakkelijk doelwit van kinderen die de behoefte hebben om te pesten, terwijl extrovert gedrag er juist voor zorgt dat gehandicapte kinderen zelf gaan pesten.

“Pesten is niets minder dan een noodkreet, een schreeuw om hulp.”

In het hoofdstuk van professor Schluengel en de andere deskundigen staat vreemd genoeg geen woord over pesten en gepest worden.

Teken van onmacht

Pesten is niets minder dan een noodkreet, een schreeuw om hulp. Om dat te begrijpen is het goed om je te realiseren dat kinderen per definitie niet erg machtig zijn. Kinderen kunnen allerlei redenen hebben om ontevredenheid over hun situatie en onzekerheid over zichzelf te ontwikkelen. Ga maar na: kinderen moeten het doen met de ouders, broers en zussen die ze nu eenmaal hebben, met de sociale en financiële situatie waarin het gezin verkeert, met de school waar ze heengaan, met de beslissingen die hun ouders voor hen nemen en vooral met hoe er door anderen over hen wordt gedacht.

Over gehandicapte kinderen wordt vaak niet zo positief gedacht. Want laten we eerlijk zijn: er zijn maar weinig ouders die op een gehandicapt kind hoopten, toen ze zwanger waren. Natuurlijk houden ouders zielsveel van hun gehandicapte kind als hij of zij er eenmaal is, maar er zal toch altijd iets blijven knagen. Zo hoor ik als kindercoach regelmatig ouders verzuchten dat de zorg voor hun gehandicapte kind wel erg zwaar is. Ook merk ik dat ouders het vaak erg jammer vinden dat ze voor hun gehandicapte kind naar een rolstoeltoegankelijke woning hebben moeten verhuizen, terwijl ze hun vorige woning zo fijn vonden. Kinderen kunnen dat ervaren als iets wat aan hen ligt en waarmee ze hun ouders verdriet doen.

“In onze samenleving staat perfectionisme hoog in het vaandel en de meeste mensen hebben een handicap leren zien als een vorm van imperfectionisme.”

Het blijft overigens niet alleen bij de ouders. Ook in de ogen van andere volwassenen – en zelfs voor kinderen – in de directe omgeving van een gehandicapt kind is de handicap een minpunt, een ‘gebrek’ dat er eigenlijk niet had moeten zijn. Dat is logisch, want in onze samenleving staat perfectionisme hoog in het vaandel en de meeste mensen hebben een handicap leren zien als een vorm van imperfectionisme. Ook daardoor kunnen gehandicapte kinderen zich tekort voelen schieten, terwijl ze er met de beste wil van de wereld niets aan kunnen veranderen.

Als het gaat om kinderen die redenen hebben om ontevreden en onzeker te zijn over zichzelf, spannen gehandicapte kinderen de kroon. Zij hebben dus alle reden om te gaan pesten in de hoop dat hun noodkreet wordt gehoord. Dat er eindelijk iemand vraagt naar wat hén dwarszit en dat ze eens de kans krijgen om duidelijk te maken dat ze goed gevonden willen worden zoals ze zijn. Maar dan moeten mensen wel willen geloven en willen zien dat gehandicapte kinderen ook vervelende pesters kunnen zijn.

Te vaak wordt gedacht gehandicapte kinderen niet in staat zouden zijn om te pesten. Dat heeft ingrijpende gevolgen. Voor een niet-gehandicapt kind dat alle moed bij elkaar heeft geraapt om te vertellen dat het wordt gepest, is het frustrerend en pijnlijk om niet te worden geloofd. Tegelijkertijd is het voor het pestende gehandicapte kind ook funest als er niets mee wordt gedaan. Zijn of haar schreeuw om hulp wordt immers niet gehoord.

“Te vaak wordt gedacht gehandicapte kinderen niet in staat zouden zijn om te pesten.”

Als mensen pesten zouden zien als de schreeuw om hulp die het is, zouden kinderen die pesten – gehandicapt of niet – zich niet langer in de hoek van de slechterik gedrukt voelen. In plaats daarvan zouden zij zich gehoord, gezien en begrepen voelen. Dan pas krijgen ze de ruimte en het vertrouwen om uit te leggen hoe het komt dat ze pesten. Vervolgens kunnen ze geholpen worden om de oorzaak van hun pestgedrag – zoveel als mogelijk is – weg te nemen. Vaak zullen ze dan ophouden met pesten.

Onzekerheid en onvrede

Net als kinderen die pesten, kampen ook kinderen die worden gepest met onvrede over hun situatie, onzekerheid over zichzelf en hun onmacht om iets aan hun situatie te veranderen. Maar zij uiten dat op een andere manier dan kinderen die pesten. Kinderen die worden gepest, zijn meestal introvert. Naar binnen gekeerde of bange kinderen zijn een gemakkelijke prooi voor pesters. Dat niet wil zeggen dat introverte kinderen per definitie gepest worden, maar het maakt de kans dat ze worden gepest erg groot.

Bovendien trekken zij zich negatieve kritiek of rotopmerkingen erg aan, doordat ze onvoldoende zelfvertrouwen hebben om kritiek en opmerkingen op hun waarde te schatten – en wat er niet van klopt van zich zich af te laten glijden. Dit is koren op de molen van pesters. Introverte kinderen die worden gepest, zullen dan ook vaak een langere periode gepest worden.

“Gehandicapte kinderen vaker dan gemiddeld onzeker over zichzelf en ontevreden over hun situatie én ze zijn duidelijk anders dan de andere kinderen.”

Kinderen die tevreden zijn en blaken van zelfvertrouwen laten daarentegen negatieve kritiek of rotopmerkingen gemakkelijk van hun schouders afglijden. Daardoor is er voor kinderen die willen pesten, weinig ‘eer’ te behalen aan tevreden kinderen. Dus worden tevreden of zelfverzekerde kinderen minder gepest en is het meestal snel weer voorbij.
Ik schrijf hier heel bewust ‘meestal’. Want als het om pestgedrag gaat, geeft namelijk niets ook maar enige garantie. Ook zelfverzekerde kinderen die wel de kunst verstaan om van alles van zich af te laten glijden, kunnen langdurig worden gepest. Zeker als ze duidelijk anders zijn dan de anderen.

Zoals gezegd zijn gehandicapte kinderen vaker dan gemiddeld onzeker over zichzelf en ontevreden over hun situatie én ze zijn duidelijk anders dan de andere kinderen. Daardoor hebben ze – net als alle onzekere, ontevreden kinderen die duidelijk afwijken van de anderen – veel kans dat ze worden gepest.

Kinderen die gepest worden, praten daar in het algemeen niet gemakkelijk over. Gehandicapte kinderen hebben daar een extra reden voor: ze zijn bang dat de volwassenen aan wie ze het willen vertellen, in paniek raken en dat de situatie daardoor alleen maar erger wordt. Daar kunnen ze best wel eens gelijk in hebben. Want vaak lijkt het erop dat volwassenen het nog erger vinden dat een gehandicapt kind wordt gepest dan dat een niet-gehandicapt kind hetzelfde overkomt. Gehandicapte kinderen worden nog altijd als extra weerloos en kwetsbaar beschouwd.

“Gehandicapte kinderen worden nog altijd als extra weerloos en kwetsbaar beschouwd.”

Een gehandicapt kind voelt dat feilloos aan. Het wil helemaal niet als extra weerloos worden gezien en wil al helemáál niet de paniek in de ogen van de volwassene zien. Dus vertellen ze niet of veel te laat dat ze worden gepest.
Dit is meer dan jammer, omdat een goed gesprek over gepest worden erg helend kan werken. Zeker als de volwassene er rustig onder kan blijven en duidelijk kan maken dat het kind dat pest dat waarschijnlijk doet, omdat hij of zij het zelf ergens heel moeilijk mee heeft.

Help gehandicapte kinderen om tevreden en zelfzelf te zijn

Kortom, om gehandicapte kinderen in alle opzichten te beschermen tegen pestgedrag is het nodig dat ze zichzelf trots en zelfverzekerd voelen. Zo hoorde ik eens over een moeder die haar gehandicapte zoon aanmoedigde om tegen de kinderen die hem pestten te zeggen: ‘Ik ben gehandicapt. Nou en? Dat hoort bij mij en daar ben ik trots op.’ Het werkte! Binnen een mum van tijd was het pesten helemaal gestopt.

Help gehandicapte kinderen dus om trots te zijn op wie ze zijn, met handicap en al, en om zelfbewust genoeg te zijn om daarvoor uit te komen. Dat is wat een gehandicapt kind nodig heeft om tevreden en zelfverzekerd te zijn, zodat ze niet gepest gaan worden of zelf gaan pesten.

Anti-pestweek (foto: UKDHM)

Anti-pestweek (foto: UKDHM)


0 mensen hebben gereageerd

Alles over rollen

Zoeken
Back to top